Introduction

Brandende kwestie 1: verwaterde verantwoordelijkheid

“De Bouwmeester moet weer terug!”, riep een van de aanwezige architecten. De meeste aanwezigen waren het erover eens dat de verantwoordelijkheid die architecten op dit moment hebben, is uitgehold. Ze hebben terrein prijsgegeven. Niet uit eigen wil, maar door de veranderde wet- en regelgeving. Waardoor degene die ontwerpt, tekent en voorschrijft, niet meer degene is die blijft monitoren tot aan de oplevering. Ook de meeste opdrachtgevers leggen de verantwoordelijkheid buiten de deur en verwachten van hun toeleveranciers dat zij de wetten kennen en toepassen. Dat klinkt logisch, maar bouwers op hun beurt kijken vooral naar het Bouwbesluit en over het algemeen te weinig naar gevolgen van een ontwerp in de gebruiksfase. De toeleveranciers certificeren vooral hun producten en de controleurs tot slot, handhaven niet consequent genoeg. Zie hier het probleem. Het geheel is meer dan de som der delen, maar het zijn vooral de afzonderlijke partijen in de kolom die naar hun eigen stukje kijken. Een echte centrale verantwoordelijkheid, monitoring en handhaving ontbreekt.

Brandende Kwesties onder leiding van Marcel van Duijn

Brandende kwestie 2: onvoldoende bewustwording en kennis

Jazeker, door de grote branden als de Notre Dame en de Granfell, of een stalbrand waarbij honderden dieren omkomen, is brandveiligheid weer (even) meer in beeld. Zowel bij de overheid als in de branche zelf. Toch is de harde conclusie van de aanwezigen dat het nog altijd schort aan echte bewustwording en vooral ook aan grondige kennis over brandveilig bouwen. Bouwopleidingen en bedrijven besteden er nauwelijks aandacht aan. Het devies is dan ook: investeer meer in opleiding en training. En we denken misschien dat we in Nederland strenger zijn dan in Engeland, maar dat is niet zo. De wet is in de basis gericht op twee zaken: de veiligheid van mensen en die van de buren. Maar in de (bedrijfseconomische) schade is de wetgever niet geïnteresseerd. En opdrachtgevers zijn zich dit vaak onvoldoende bewust. Bovendien gaan de financiën nog vaak boven de veiligheid. Daar komt ook de verzekeraar om de hoek kijken. Die kijkt juist wel naar gevolgschade en stuurt bij utiliteitsprojecten dan ook steeds vaker aan op verdergaand compartimenteren en het aanleggen van sprinklerinstallaties.

Onno Flapper, Risicodeskundige bij Nationale Nederlanden

“Het was een interessante middag met een leuke mix van verschillende disciplines en verschillende invalshoeken. Als ik als verzekeraar mocht zeggen wat er morgen veranderd moet worden op het gebied van brandveilig bouwen, dan is het ons eerder in het proces te betrekken. Zeker bij de grotere projecten. Zodat we eerder kunnen adviseren en kunnen bijdragen aan het vroegtijdig toepassen van brandveilige voorzieningen zoals sprinklerinstallaties en echt goed compartimenteren. En dan hebben we het niet over één brandwandje, maar over twee of drie compartimenten, zodat onze klanten bij een serieuze calamiteit ook een doorstart kunnen maken.”

Brandende kwestie 3: kraakheldere wet- en regelgeving ontbreekt

Natuurlijk, er is een Bouwbesluit. En ja er zijn verschillende (NEN-)normen waaraan de bouw zich dient te houden. Toch blijken die vaak op meerdere manieren te interpreteren of zijn juist ook bedoeld om binnen kaders naar eigen interpretatie in te vullen. In de woorden van een van de deelnemers: er zit een discrepantie tussen de regels en hoe het zou moeten. Eigenlijk zijn de regels en voorwaarden behoorlijk minimaal. Maar het begint wel met die regels en de handhaving ervan. Ook die is tot nog toe gebrekkig gebleken. Een aannemer uit Utrecht deelt zijn ervaring: “Wij hebben als bedrijf veel overleg met Veiligheidsregio Utrecht, de gemeente en de opdrachtgever. Dat gaat vaak heel goed. Maar in een andere, niet nader te noemen gemeente, zegt de brandweer dat ze niet naar woongebouwen kijken.” Wellicht dat de recent ingevoerde ‘Wet Kwaliteitsborging’ hier enige verandering in gaat brengen. Al is direct kritiek te horen: “Te veel nadruk op duurzaamheid en te weinig op (brand)veiligheid”, betoogt een deelnemer met instemmend geknik van de anderen. Hoe dan ook, het zal nog even duren voor het effect van deze wetgeving voelbaar is. De kwaliteitsborgers moeten nog worden opgeleid bijvoorbeeld. We zullen het zien tegen die tijd, was de eensluidende conclusie.

Jan van Hunnik, Architectenbureau Van Hunnik, Lambrechts en Overduin

“Je bent als architect toch een spin in het web. Je weet van veel dingen een beetje, maar je moet voldoende vakkennis hebben om een thema als brandveiligheid mee te nemen in je ontwerp. Niet alleen in het ontwerp, maar ook in de bouwdirectie, -begeleiding en het toezicht op de bouw. Zaken waarvan ik vind dat ze erbij horen, maar die niet meer vanzelfsprekend zijn. Mijn advies aan de bouw is ook: investeer in kennis over brandveilig bouwen. En zorg weer voor een opzichter op de bouw, zodat er met meer kennis toezicht wordt gehouden. Los van mijn eigen visie vond ik het vandaag echt leuk om vanuit verschillende vakgebieden de reacties te horen op de stellingen over brandveiligheid. Dat was toch wel een eye opener.”

Ralph Hamerlinck, Directeur bij Adviesbureau Hamerlinck B.V.

“Ik probeer al dertig jaar de verzekeraar meer aan het woord te laten, maar dat lukt steeds niet. Dat zit blijkbaar in de structuur van het bouwproces en in hoe iedereen zijn rol speelt. Toch denk ik dat als de verzekeraars de handen ineenslaan en zij partijonafhankelijk hun kennis naar de markt brengen, ze in staat moeten zijn om de markt in de juiste richting te sturen. Verder is mijn belangrijkste advies aan de bouwkolom dat we veel meer moeten investeren in kennis. Het is een inkoppertje, maar dat schiet echt te kort! We moeten werken aan een branche-brede aanpak van brandveilig bouwen. Zodat hbo’ers het woord brand kunnen spellen als ze klaar zijn met hun studie. Dat is ook de enige manier om de Wet Kwaliteitsborging te kunnen laten slagen. Anders blijft het doormodderen.”